1. Hoe vind ik van een bedrijfstak de beroepen met kans op asbestblootstelling?

Klik op de startpagina op de knop “Bedrijfstak en Beroep“. Selecteer een bedrijfstak. Scrol naar beneden.

U ziet van deze bedrijfstak:

U kunt het overzicht kleiner maken (filteren) door selectie van Beroep, Periode, Activiteit en Referentie.

2. Hoe vind ik algemene informatie over asbestlootstelling in een bedrijfstak?

Klik op de startpagina op de knop “Bedrijfstak en Beroep“. Selecteer een bedrijfstak, bijvoorbeeld de Asbestcementwarenindustrie. Scrol naar beneden. Klik op Aanvullende Informatie. Hier vindt u algemene historische informatie over de bedrijfstak en, indien voorhanden, informatie over het aantal bedrijven en het aantal werknemers in 10-jaars periodes.

3. Hoe vind ik extra informatie over een bedrijfstak?

Klik op de startpagina op de knop “Bedrijfstak en Beroep“. Selecteer een bedrijfstak, bijvoorbeeld de Asbestcementwarenindustrie. Scrol naar beneden. Klik op Subtabel. Hier vindt u extra informatie over de asbestblootstelling in een bepaalde bedrijfstak, over Activiteit, (Bedienings)principe, Waarde-Range en onder Opmerkingen over eventuele aanwezige beheersmaatregelen en het arbozorgsysteem.

4. Hoe vind ik van een beroep de bedrijfstakken met kans op asbestblootstelling?

Klik op de startpagina op de knop “Beroep en Bedrijfstak“. Selecteer een beroep. Scrol naar beneden.

U ziet van dit beroep:

  • alle bedrijfstakken (met cbs-codes)
  • de kans op asbestblootstelling
  • de activiteit waardoor blootstelling plaatsvond
  • de periode
  • de blootstellingcategorie
  • Referentie (Bron)

U kunt het overzicht kleiner maken door selectie van Bedrijfstak, Periode, Activiteit en Referentie.

5. Hoe vind ik informatie over Producten?

Klik op de startpagina op de knop “Producten“. Selecteer “Leverancier” of “Producent” en vervolgens “Alle type Producten”. Scrol naar beneden.

U ziet op volgorde van Handelsnaam:

  • een lijst van asbesthoudende producten
  • de handelsnaam
  • asbestgehalte
  • bedrijfsnaam
  • bron van deze publicatie.

U kunt de selectie verkleinen (filteren) door een bepaald type product te selecteren of een bepaalde handelsnaam.

6. Waarvoor kan ik de algemene zoekfunctie gebruiken?

Via het vergrootglas rechtsboven kunt u zoeken naar bedrijfstakken, beroepen of producten.

7. Wat betekent de Kans op blootstelling?

De kans op blootstelling in een bepaald beroep in een bepaalde bedrijfstak is een kwalitatief oordeel over de proportie werknemers in elke industrie met asbestblootstelling. Hoewel de kans op blootstelling voor elk beroep in een bedrijfstak apart is beoordeeld, zijn de volgende scores en criteria gehanteerd bij de beoordeling van een aantal bedrijfstakken:

0 = Geen kans op blootstelling
Voor verschillende beroepen en bedrijven is nauwkeurig bekend wanneer het gebruik van asbest en/of asbesthoudende producten is gestopt en de kans op blootstelling aan asbest nihil was na dit tijdstip.

1 = Kleine kans op blootstelling in specifieke situaties
Alleen werknemers in dit beroep in specifieke bedrijven hebben een goede kans op blootstelling, afhankelijk van het gebruik van asbesthoudende producten in het specifieke bedrijf. De exacte grootte van de kans op asbestblootstelling is moeilijk uit te drukken en wordt mede bepaald door de proportie werknemers in een bedrijfstak cq beroep die met asbesthoudende producten heet gewerkt. Als richtsnoer bij de beoordeling is een kans van 5-20% gebruikt voor deze categorie. Het gebruik van asbesthoudende producten zal in zo’n geval moeten worden geverifieerd in de beoordeling van de kans op asbestblootstelling in een specifieke situatie. Zo wordt voor een beroep in de bouw de asbestblootstelling in belangrijke mate bepaald door het werken met asbesthoudende materialen (asbestcement, asbestboard) of het werken in dezelfde ruimte waarin asbestcementproducten worden verspaand met bijvoorbeeld een slijptol.

2 = Goede kans op blootstelling
Iedere werknemer in dit beroep in deze bedrijfstak heeft een goede kans op blootstelling, ongeacht de specifieke functie en daaraan gekoppelde activiteiten. Als richtsnoer bij de beoordeling is een kans van 20-80% gebruikt voor deze categorie. Beroepen buiten de productie in de primaire asbestindustrie na 1975 is een goede kans op blootstelling aan asbest toegekend, indien het beroep activiteiten kende die regelmatige aanwezigheid op de werkvloer vereiste (bijvoorbeeld tijdschrijver). Voor een beroep in de scheepsbouw na 1975 heeft al het productiepersoneel een goede kans op blootstelling door het werken met asbesthoudende materialen of het werken in een afgesloten ruimte met asbestisolatie.

3 = Iedere werknemer in dit beroep is nagenoeg zeker blootgesteld, ongeacht de specifieke functie en daaraan gekoppelde activiteiten. Als richtsnoer bij de beoordeling is een kans van meer dan 80% gebruikt voor deze categorie. In asbestbedrijven waar met ruwe asbest wordt gewerkt (de primaire asbestindustrie), is er voldoende bewijs om alle beroepen in de periode 1946-1975 als blootgesteld te beschouwen. Dit geldt zowel voor alle ‘witte’ als ‘blauwe’ boorden- beroepen. Ook voor een beroep in de isolatie en scheepsbouw is een dienstverband in een beroep met regelmatig verblijf op de werkvloer voldoende bewijs voor arbeidsgebonden asbestblootstelling in de periode 1946-1975.

In Nederland zijn vanaf de periode rond 1975 duidelijke veranderingen in de procesvoering en beheersing van stofblootstelling opgetreden, vooruitlopend op de invoering van het Asbestbesluit 1977. Voor een beroep in de primaire asbestindustrie na 1975 zijn werkzaamheden op de productievloer voldoende bewijs voor arbeidsgebonden asbestblootstelling (alle ‘blauwe’ boorden). Voor een beroep in de isolatie na 1975 is een dienstverband als isoleerder of onderhoudsmedewerker voldoende bewijs voor arbeidsgebonden asbestblootstelling.

Voor andere beroepen is een gedetailleerd feitenonderzoek gedaan naar taken en werkzaamheden, gebruik van asbesthoudende materialen en toepassing van specifieke werktechnieken. Er is gebruik gemaakt van de volgende bronnen:

•             een Nederlands expertsysteem waarbij voor de primaire en secundaire asbestbedrijven een schatting is gemaakt van de blootgestelde populatie en het niveau van de blootstelling (Burdorf en Swuste, 1997b; Burdorf e.a., 1999);

•             een uitgebreid overzicht van alle gegevens over asbestblootstelling in Nederlandse bronnen. Dit overzicht is separaat aan de asbestkaart toegevoegd.

•             het Finse informatiesysteem FINJEM dat historische asbestmetingen per beroep in Finland bevat en tevens een inschatting maakt van het percentage werknemers in een beroep met blootstelling aan asbest (Kauppinen, 1997);

•             een gedetailleerde analyse van de totale populatie werknemers met blootstelling aan asbest in de Verenigde Staten (Nicholson e.a., 1982).

8. Wat betekent Activiteit?

De activiteiten geven informatie over de werkzaamheden in het beroep en zijn geordend naar de plaats in het productieproces.
Het productieproces is daarbij onderverdeeld in productiefuncties. Productiefuncties geven een generieke indeling van een productieproces. Voorbeelden zijn: voorbewerking, productie of vormgeving, nabewerking, controle, onderhoud en intern transport (Gom en Esman, 1979; Swuste, 1996).

De beschrijving van de activiteiten is veelal gebaseerd op kwalitatieve informatie over taken en activiteiten binnen het beroep afkomstig uit dossiers van asbestslachtoffers, aangevuld met algemene procesinformatie.

In  de subtabel is onderscheid gemaakt in twee type activiteiten. Allereerst zijn dit de directe activiteiten, die verantwoordelijk zijn voor een asbestblootstelling.

De indirecte activiteiten geven op zichzelf geen of een zeer beperkte asbestblootstelling, maar zijn uitgevoerd in een omgeving met een sterke asbestbron. Isolatie- werkzaamheden zijn een voorbeeld van een dergelijke asbestbron.

9. Wat betekent de indeling in periodes?

In de asbestkaart zijn de volgende 5-jaars tijdsperioden onderscheiden:

1945-1949

1950-1954

1955-1959

1960-1964

1965-1969

1970-1974

1975-1979

1980-1984

1985-1989

1990-1994.

De asbestkaart beslaat de periode 1945-1994. Het jaar 1945 is gekozen omdat de vooroorlogse asbestindustrie in Nederland van zeer geringe omvang is geweest (Burdorf e.a., 1997a). Het jaar 1994 is gekozen omdat vanaf 1 juli 1993 het gebruik van asbest en asbesthoudende producten verboden is in Nederland.

10. Wat betekenen de kwantitatieve blootstellingsgegevens?

De volgende gegevens van meetresultaten zijn opgenomen in de asbestkaart:

  • aantal; het aantal metingen waarop het gemiddelde is gebaseerd. Indien dit veld leeg is, betekent dit dat het aantal metingen onbekend is.
  • gemiddelde; het rekenkundige gemiddelde van de meetresultaten, uitgedrukt in aantal vezels/cm3 lucht. Een vezel is gedefinieerd als een deeltje met een lengte groter dan 5 pm, een diameter kleiner dan 3 pm en een lengtediameterverhouding van minstens 3:1.
  • minimum; de meting met het laagste meetresultaat.
    maximum; de meting met het hoogste meetresultaat.
  • standaarddeviatie; de spreiding rond het gemiddelde in de meetresultaten. De standaarddeviatie moet met voorzichtigheid worden geïnterpreteerd, omdat de meetresultaten vaak niet normaal verdeeld zijn.

De kwantitatieve meetgegevens zijn gebaseerd op de volgende bronnen:

  • Nederlandse literatuur en rapporten van de Arbeidsinspectie (Burdorf en Swuste, 1997b);
  • een overzichtsrapport van de Arbeidsinspectie (Akkersdijk, 1984);
  • openbare processtukken van schadeclaimprocedures in Nederland; e rapporten van geraadpleegde deskundigen in Nederland;
  • geanonimiseerde meetgegevens van asbest-surveys in de primaire en secundaire asbestindustrie in Groot-Brittannië (databestanden van de Britse Arbeidsinspectie);
  • een overzicht van historische blootstelling aan asbest in de belangrijkste beroepen in Duitsland (HVBG, 1997);
  • het Finse informatiesysteem FINJEM dat historische asbestmetingen per beroep in Finland bevat alsmede een oordeel van arbeidshygiënisten over de kans op en het niveau van blootstelling aan asbest (Kauppinen e.a., 1997, Kauppinen e.a., 1998).


De eerste vier bronnen hebben de grondslag gevormd voor de asbestkaart. Een uitgebreid overzicht van alle gegevens over asbestblootstelling in Nederlandse bronnen is in een aparte notitie ter beschikking gesteld. De meeste rapporten van de Arbeidsinspectie zijn samengevat in twee publicaties (Akkersdijk, 1984; Burdorf e.a., 1997a). In slechts 25 beroepen is het oordeel over de asbestblootstelling mede gebaseerd op beschikbare meetgegevens in Nederland. Bij de Nederlandse bronnen is het door gebrek aan informatie niet mogelijk de invloed van de meetmethode, meetstrategie en microscopische telmethoden te evalueren. Uit overleg met voormalige inspecteurs van de Arbeidsinspectie is bekend dat de historische meetgegevens van de Arbeidsinspectie zijn gebaseerd op kortdurende persoonsgebonden metingen (voornamelijk 10 minuten) en lichtmicroscopische telling van vezels conform de gebruikelijke definitie van vezelafmetingen. Voor sommige meetrapporten is het onduidelijk of plaatsgebonden metingen of persoonsgebonden metingen zijn verricht.

De meetgegevens uit Groot-Brittannië bestaan uit een drietal bronnen van de Health and Safety Executive (Arbeidsinspectie). ASBEDUST bevat ruim 16.000 metingen in met name de primaire asbestindustrie over de periode midden jaren 70 tot beginjaren ’80.
BALACLAVA is een gegevensbestand met bijna 1300 metingen van surveys bij kleingebruikers van asbesthoudende producten van 1980-1983.
NEDB bevat ruim 2000 metingen van surveys bij grotere bedrijven waar asbestproducten worden geproduceerd of asbestproducten worden toegepast in de periode 1985-2000. In deze databestanden is een selectie gemaakt van de metingen van de Britse Arbeidsinspectie die zijn gebaseerd op persoonsgebonden metingen gedurende minimaal enkele uren, hetgeen een goede weergave beoogd van de gemiddelde blootstelling in het beroep. De concentraties asbestvezels zijn

gebaseerd op Iichtmicroscopische tellingen. Voor beroepen met een verwante plaats in het productieproces is in een variantieanalyse het onderscheidend vermogen tussen deze beroepen onderzocht. Indien minder dan 10% van de variantie verklaard kon worden door het beroep, zijn beroepen in dezelfde fase van het productieproces gegroepeerd. Beroepen met slecht enkele metingen zijn niet gebruikt. Indien zeer grote verschillen tussen een gelimiteerd aantal metingen aanwezig waren, is deze informatie ook niet gebruikt omdat de berekening van de gemiddelde blootstelling dan een geringe nauwkeurigheid heeft.

Het overzicht van historische blootstelling aan asbest in de belangrijkste beroepen in Duitsland in de periode 1950-1990 is opgesteld ten behoeve van de beoordeling van de asbestgerelateerde beroepsziekten longkanker en strottenhoofdkanker (HVBG, 1997).

De historische gegevens over asbestblootstelling met gravimetrische meetmethoden zijn met behulp van conversiefactoren teruggeschat naar de aanbevolen lichtmicroscopische telmethode. Vanaf 1972 tot 1990 zijn bijna 10.000 metingen beschikbaar volgens deze aanbevolen methode. Onbekend is of het plaatsgebonden of persoonsgebonden metingen betreft. In de oorspronkelijke publicatie zijn de meetgegevens weergegeven als 90%- percentiel waarde, waarbij 90% van de metingen beneden deze waarde ligt. Deze 90%-percentiel waarde is in het algemeen terug te rekenen naar het rekenkundige gemiddelde door deling met een factor 2 (HVBG, 1997). In de asbestkaart zijn de rekenkundige gemiddelden opgenomen. Er is een beperking gemaakt tot gegevens die zijn gebaseerd op metingen over de gehele werkdag. In incidentele gevallen zijn meetresultaten gebruikt tijdens een specifieke kortdurende activiteit, waarbij vervolgens deze blootstelling is omgerekend naar de gemiddelde blootstelling per werkdag. Schattingen van de historische blootstelling aan asbest in de periode voor 1970 zijn slechts ais leidraad gebruikt bij de vaststelling van de blootstellingcategorie in de asbestkaart.

Het Finse informatiesysteem FINJEM bevat historische asbestmetingen een twaalftal beroepen in de periode 1980-1990 in Finland (Kauppinen e.a. 1998). De schattingen van de historische blootstelling aan asbest in de periode voor 1980 zijn als leidraad gebruikt bij de vaststelling van de blootstellingcategorie in de asbestkaart.

11. Wat betekent de blootstellingcategorie?

In de Asbestkaart zijn de volgende blootstellingcategorieën te onderscheiden:

  • 0
  • 0,01 tot 0,5 vezels/cm3 (a)
  • 0,5 tot 1 vezels/cm3 (b)
  • 1 tot 2 vezels/cm3 (c)
  • 2 tot 5 vezels/cm3 (d)
  • 5 tot 10 vezels/cm3 (e)
  • 10 of meer vezels/cm3 (f).

De blootstellingcategorie geeft een algemeen oordeel over het gemiddelde niveau van de asbestblootstelling in het beroep.

De keuze voor de afkappunten voor de laagste 3 categorieën is gebaseerd op de ontwikkeling in de normstelling in Nederland. De categorieën boven de 2 vezels/cm3 hebben een groter bereik dat recht doet aan de sterke variatie in concentratie bij deze blootstellingniveaus.

De blootstellingcategorie geeft een algemene oordeel over het gemiddelde niveau van de blootstelling asbest in het beroep. Dit oordeel houdt rekening met een zekere hiërarchie in informatiebronnen en consistentie van het oordeel binnen bedrijfstakken en tussen verschillende bedrijfstakken. De meeste waarde is toegekend aan Nederlandse gegevens, gevolgd door de beschikbare gegevens uit Groot-Brittannië en daarna de Duitse en Finse meetgegevens. Door deze procedure is het algemene oordeel geen directe vertaling van de meetresultaten, omdat er ook rekening is gehouden met blootstellinggegevens in vergelijkbare beroepen in dezelfde bedrijfstak, vergelijkbare beroepen in andere bedrijfstakken, het deel van de werktijd dat een werknemer wordt blootgesteld aan asbest, en algemene trends in de historische blootstelling aan asbest in Nederland. Omdat in Groot-Brittannië en Finland reeds voor 1970 een asbestnorm van 2 vezels/cm3 lucht was ingevoerd, is de daling in asbestblootstelling in deze landen eerder gestart dan in Nederland.

12. Wat betekent het (Bedienings)principe?

Het bedieningsprincipe geeft een indicatie van de afstand tussen de blootgestelde werknemer en de bron, en daarmee een indicatie van de blootstelling (Swuste, 1996). Het asbesthoudende materiaal is de bron en de blootstelling wordt veroorzaakt door een bewerking van de bron. Het bedieningsprincipe maakt een onderscheid tussen een directe en een indirecte bediening. Een directe bediening zijn alle handmatige of mechanisch bediende uitgevoerde activiteiten. Een handmatige bediening spreekt voor zichzelf. Bij een mechanisch bediening gebruikt de blootgestelde werknemer een werktuig of een machine en is zijn aanwezigheid in de directe nabijheid van de bron vereist. Voorbeelden van een directe bediening is het gebruik van een slijptol bij het afschuinen van asbestcementplaten, of het handmatig storten van zakken asbest in een productielijn. Bij een directe bediening is de afstand tussen de blootgestelde en de bron kort. Indirecte bedieningen zijn afstandsbestuurde en automatisch uitgevoerde processtappen. Het transport van asbest via een lopende band is een voorbeeld van een afstandsbestuurde processtap en in dit voorbeeld is de afstand tussen blootgestelde en bron doorgaans veel groter dan bij direct bediende processtappen.

13. Wat betekent de Waarde-Range?

De subtabellen bevatten een kolom met de Waarde-Range. De meeste blootstellingwaarden zijn als een bereik aangegeven. Bij enkelvoudige waarden is het niet te achterhalen of de betreffende waarde het resultaat is van één enkele meting, dan wel een rekenkundig of een geometrisch gemiddelde vertegenwoordigt. De bronnen geven hier doorgaans geen uitsluitsel over en de informatie over de gevolgde meetstrategie is vaak zeer beperkt. Indien uit de bron blijkt, dat de meting een stationaire meting betreft, dan is dit met de notatie (st) aangegeven.

14. Wat staat er onder Opmerking?

De subtabellen bevatten een kolom Opmerking. In deze kolom staat informatie over de aanwezige beheersmaatregelen. De afkorting ‘lev’ staat voor ‘local exhaust ventilation’ en is in het Nederlands equivalent met gerichte ventilatie. Deze kolom bevat eveneens informatie over het arbozorgsysteem. Deze gegevens zijn beperkt tot opmerkingen uit processtukken en documenten van de Arbeidsinspectie en vakbonden. Het betreft hier informatie over veel voorkomende processtoringen, over arbeidsomstandigheden bij specifieke productiefuncties en over de kwaliteit van de beheersmaatregelen.

15. Wat valt er onder Referentie?

Voor de meetresultaten is een verwijzing opgenomen naar de bron van de gegevens, indien mogelijk naar een openbaar toegankelijk document.  De vermelding begint met de naam van de eerste auteur of de organisatie, gevolgd door het jaar van publicatie.

16. Waar vind ik achtergrondinformatie over de Asbestkaart?

Hier vindt u informatie over de opzet, algemene opbouw en structuur, achtergrondgegevens van specifieke velden en de randvoorwaarden voor toepassing van de Asbestkaart.